Zevenslaper

Toen ik jong was, vond je nog overal zevenslapers. In de herfst vraten die zich helemaal vol, kropen in een holle boom of een gat in de muur en vielen dan in slaap tot de lente aanbrak,

 

zeven maanden lang.

 

Dat ga ik ook doen. Nu de tuin bezaaid ligt met bruine bladeren en de regen een trieste melodie tikt op het raam, eet ik zoveel tot ik kogelrond ben. Daarna rol ik me op tot een bolletje in dikke lakens en ronk ik aan één stuk door,

 

tot de zon weer schijnt en bloemen weer boven de grond uitpiepen.

Advertenties

Huis

Kom in de winter, wanneer we ons ’s avonds
in dikke dekens wikkelen
en rillen bij het kampvuur in de kamer,

kom in de lente, wanneer de vogels
in en uit de kamer vliegen
en nesten maken in elk hoekje,

kom in de zomer, dan slapen we
buiten in het lange gras,
tot de ochtenddauw onze zorgen wegwast
en we opdrogen in de ochtendzon,

of kom in de herfst, wanneer de bomen huilen
in rood en bruin en geel
en ze zo de vloer bedekken
met het tapijt waarop we dansen,

maar nooit zal mijn huis deuren hebben,
nooit zal je voor een gesloten muur staan.